zondag 15 februari 2009

Cabaret op de buis ten tijde van het carnaval

Vier Beierse cabaretiers
Helaas duurt hun programma slechts een half uur, en dat voor vier mensen die iets te vertellen hebben dat u aan het lachen zal brengen, maar dat u onverhoeds — reilend en zeilend tussen neus en lip — het lachen kan doen vergaan, doch daarbij het element humor niet uit het oog en oor zal doen verliezen. Want humor is nu eenmaal een ernstige zaak, en zal dat ook blijven.
Daarom willen we u — als u enigszins het Duits, desnoods alleen passief, machtig bent en graag op enig niveau wilt worden geamuseerd zonder daarbij weg te zakken in complete passiviteit — aanraden om maandagavond lang op te blijven, tot vroeg in de nacht — dinsdag heel vroeg opstaan is het enige aanvaardbare alternatief — om dan mee te kunnen maken hoe vier Beierse cabaretiers — twee vrouwen en twee mannen — zullen proberen u, door in principe op uw lachspieren te werken, tot nadenken te stemmen, en wanneer kunnen zij daar beter in slagen dan wanneer u op het puntje van uw stoel zit en dus alert bent!
Het gaat hier om Monika Gruber en Eva Mähl met de heren Michael Altinger en Christian Springer. Ik heb hen allen meer dan eens gezien als gasten in Otti's Schlachthof, een maandelijks cabaretuur van Ottfried Fischer: in eerste instantie de Beierse televisie, waarna het programma successievelijk door andere aangesloten zenders van het Derde Programma van de ARD wordt vertoond. Ze zijn allen even komisch en prikkelend, elk op een geheel andere manier.
____________
Afbeeldingen
1. Detail uit grotere foto van de website van Monika Gruber.
2. Christian Springer, de eeuwige Eisenbahner.
3. Eva Mähl. Foto: © Bayerischer Rundfunk/Bernhardt Kühmstedt.
4. Michael Altinger, foto op een video van een optreden bij de Bayerische Rundfunk.

maandag 19 januari 2009

Uit het leven gegrepen — Portret Alexader Pola

Terugblik op televisiehumor
Dinsdag 20 januari, op de dag dat de Verenigde Staten de inauguratie beleven van hun nieuwe president, wordt op de televisiezender Nederland 2 een portret uitgezonden van de man, die als humorist zeer ernstig kon zijn, ook en vooral als hij een Amerikaanse president op de hak, en in zijn humor zelfs op de punt van de schoen nam. De man was miljoenen Nederlandse televisiekijkers bekend als Alexander Pola (1914-1992), en hij vertoonde menige kunstjes in het satirische NCRV-programma Farce Majeur, waarvan Pola een van de drijvende krachten was, en dat zich geruime tijd in een grote populariteit heeft mogen verheugen. Dat kwam niet in de laatste plaats doordat de makers met hun schepping de boer op gingen en mensen op een plein in diverse Nederlandse plaatsen heel direct met onderdelen van het programma in direct contact brachten.

Profiel-portret
In het KRO-programma Profiel wordt dinsdagmiddag, tussen 14:15 uur en 15:00 uur een portret uit van deze humorist, die in werkelijkheid Abraham Polak heette, en ook nog eens de bedenker van Vara's 'komische soap' Zeg 'ns Aa was. In zijn privéleven heeft hij zich sterk gemaakt voor legalisering van euthanasie. In de film komt een ander bekend Nederands 'televisiegezicht' voor: dat van Nova's Clairy Polak, die de dochter van Alexander Pola is.

maandag 24 november 2008

LUTJE DERK II — Hai proat moar deur

Waarheid uit kindermond
Een bekende uitspraak, die niet alleen beperkt is tot een bepaalde regio van ons land, maar wellicht in de één of andere streek groter gemeengoed is dan elders, luidt: "Kinderen en dronken mensen spreken de waarheid." Noch algemene, noch absolute juistheid kan aan deze bewering worden toegekend, want niet zelden heb ik zowel vertegenwoordigers van de ene categorie alsook die van de tweede 'soort' onbeschaamd horen liegen. Een dergelijk cliché past dan ook veel meer binnen een bepaald kader. Bijvoorbeeld als het kind in kwestie door de opmerking een ander in zijn of haar hemd heeft gezet en er volwassenen bij zijn die zich of daarover verkneukelen dan wel zeker weten dat met de gemaakte opmerking een waarheid als een koe is gepostuleerd.
komt het doordat kinderen weliswaar altijd voorgeschoteld krijgen dat ze de waarheid moeten spreken, en dat doet een ook wel als het in een telefoongesprek bijvoorbeeld zeg: "Pappie zit in de kamer, maar ik moet zeggen dat pappie niet thuis is." Dat daarmee in een bovengemiddeld aantal gevallen het fenomeen liegen in een kind enigszins — en bij veelvuldige herhaling in ernstige mate — wordt geconditioneerd. Slecht voorbeeld doet slecht volgen, en veelal gemakkelijker dan een goed voorbeeld. Een onderzoek van de Rijkunsiversiteit Groningen heeft dat zeer recentelijk nog weer eens aangetoond.

Dirk van der Heide
Bij Uitgeverij Profiel in Bedum is enige tijd geleden van Dirk van der Heide een bundeling uitgekomen met kinderpraat, welke als Lutje Derk, proatjeboksem de liefhebbers van vrijwillige dan wel door situaties ingegeven humor heeft kunnen bekoren, en wel zodanig dat er dezer dagen een tweede bundel is verschenen: Lutje Derk II — Hai proat mor deur. Ook deze verzameling is rijk gezegend met grappen en grollen, gedurfde uitspraken, aparte voorvallen en zelfs regelrechte wijsheid uit de kindermond.
De eerste bundel had de auteur samengesteld uit de eigen verzameling, maar voor deze nieuwe heeft hij ook geput uit verhalen van derden. Het boek is opgeluisterd met tekeningen van Corrie Woldring-Hazendonk.

donderdag 18 september 2008

De huishouding volgens G.E. Lessing




»Zankst du schon wieder?« sprach Hans Lau
zu seiner lieben Ehefrau.
»Versoffner, unverschamgter Mann« —
»Geduld, mein Kind, ich zieh mich an« —
»Wo nun schon wieder hin?« — »Zu Weine
Zank du alleine.«

»Du gehst? — Verdammtes Kaffeehaus!
Ja! blieb er nur die Nacht nicht aus.
Gott! ich soll so verlassen sein? —
Wer pocht? — Herr Nachbar? — nur herein!
Mein böser Teufel ist zu Weine:
Wir sind alleine.«

Gotthold Ephraim Lessing (1729-1781)
_________
Afbeelding: Ets van Daniel Chodowiecki, Pools Duits schilder, illustrator en etser (1726-1801).
De Franse tekst luidt: . . . . .ah c'est vous, cher voisin? Entrés, mon mechant Diable de Mari est au Cabaret, nous sommes seuls.

NB: Zie ook onze bijdrage van zaterdag 6 september, met name het hoofdstukje Verdenking.

zaterdag 13 september 2008

P.A. de Génestet — Uit het studentenleven III — De Humorist

DE HUMORIST

Horrible, horrible, most horrible

Eenmaal had ik zeven vrinden,
Bloemen in mijn levensgaard,
Die ik tot een krans mocht binden
Om mijn hoofd en om mijn haard.

Luister, en van één tot zeven,
Zeg ik in een bondig lied,
Waar zij allen zijn gebleven,
Want ik had — maar heb ze niet.

De eerste, een knaap met blonde lokken
En een vriendelijk gemoed,
Is naar 't verre land vertrokken,
Hij is heen en heen voor goed.
Op zijn beeltnis blijf ik staren
En ik weef een land gedicht:
Door mijn droom komt hij waren,
Met een vreemd en bruin gezicht.

Nummer Twee liet zijn getrouwen
Loopen voor een kleine meid,
Die hem strengen op leert houên,
Smelten doet van zaligheid.
't Was een fiere, forsche jongen,
Die altijd mijn poken brak;
Onbedwingbaar, nu bedwongen,
Door een zachte vrouweplak!

Nummer Drie, wien ik het leven
Zoo vol gratie en talent
Door zag fladdren, zingen, zweven,
Half een vlinder, half student,
Zijn eerwaarde zakte op klompen
In een kleigrond, zes voet diep,
En tracht d'Urmensch in te pompen,
Wie dan toch de wereld schiep ! . . . .

Nummer Vier werd ongenietbaar;
't Is een pure filoloog!
't Is een Graecus, 't is een Piet — maar
Ongelooflijk dom en droog.
'k Moest den Vijfde laten glijden,
Daar 'k met hem mijn rust verloor,
Want op ongelegen tijden
Las hij me altijd verzen voor.

En de Zesde, jong bedorven —
Zwakke ziel en groote geest —
Is, mijn ziele schreit — gestorven!
Maar een ander zegt, gesjeesd.
Mocht hij voor een vriend herleven,
'k Zou hem in een dankbaar hart
't Liefste plekje wedergeven,
Heilig door een lange smart.

Maar u kan ik zien noch luchten,
Diepst gezonken SIMIA!
Al uw zeemlen, al uw zuchten,
Al uw doen is laria,
Ieder zuchtje is een Judas,
Ieder glimlach is een lsit . . . .
O mijn help! ik merk het nu pas,
Ach, de vent werd humorist!

P.A. de Génestet, 1850


vrijdag 12 september 2008

Filosofische humor van Georg Lichtenberg (1)

In einem Lande, wo den Leuten, wenn sie verliebt sind, die Augen im Dunkeln leuchteten, brauchte man des Abends keine Laternen.

Harlekin will sich selbst ermorden, und nachdem er gegen jede Todesart etwas einzuwenden findet, entschließt er sich endlich, sich totzukitzeln

Andere lachen zu machen ist keine schwere Kunst, so lange es einem gleich gilt, ob es über unserem Witz oder über uns selbst.

Dieser Mann arbeitete an einem System der Naturgeschichte, worin er die Tiere nach der Form der Exkremente geordnet hatte. Er hatte drei Klassen gemacht: die zylindrischen, sphärischen und kuchenförmigen.

>Das alte Weib<> könnte eine vortreffliche politische Monatsschrift werden.

Die schönen Weiber werden heutzutage mit unter die Talente ihrer Männer gerechnet.

Während man über geheime Sünden öffentlic schreibt, habe ich mir vorgenommen, über öffentliche Sünden heimlich zu schreiben.

Er verschluckte viel Weisheit, es war aber, als wenn ihm alles in die unrechte Kehle gekommen sei.

Es gibt Predigten, die man, ohne Tränen zu weinen, nicht anhören und, ohne welche zu lachen, nicht lesen kann.

Unter all den Kuriositäten, die er in seinem Hause aufgehäuft hatte, war er selbst am Ende die größte.

Er hatte sich wenigstens seit sechs Wochen nur in Gedanken gewaschen.

Einer zeugt den Gedanken, der andere hebt ihnaus der Taufe, der dritte zeugt Kinder mit ihm, der vierte besucht ihn am Sterbebette, und der fünfte begräbt ihn.

In einem Aufsatze, worin ein neuer Brunnenkurort empfohlen wird, wird auch angezeigt,daß ein schöner, geräumiger Kirchhof da sei.

Kirchtürme: umgekehrte Trichter, das Gebet in den Himmel zu leiten.

Ein Mannsfriseur der allenfalls auch mit Frauenzimmern fertig werden kann.

Gestern nachmittag 3¾ Uhr ist meine Taschenuhr ganz sanft verstorben. Sie hatte schon seit drei Monaten gekränkelt.
___________

Alle hierboven geciteerde uitspraken van Georg Christoph Lichtenberg (1742-1799) stammen uit de periode 1779-1789.
___________
Zie ook onze bijdrage op de zustersite Tempel der Wijze Woorden.
En tevens die op de andere zustersite, Tempel der Letteren.
__________
Afbeelding: Karikatuur van Georg Lichtenberg, waarschijnlijk van de hand van zijn collega Johann Friedrich Blumenbach (1752-1840).

donderdag 11 september 2008

Humor volgens onze taalgenoot De Génestet

Geliefd vanwege zijn toegankelijkheid
De goden moeten simpelweg de Nederlandse theoloog en dichter Petrus Augustis de Génestet (1829-1861) wel bijzonder hebben bemind, want hij is nog geen tweeëndertig jaar oud geworden. Zelfs het volgens niet de geringsten onder ons werd zelfs het universele muziekgenie Mozart tenminste nog vijfendertig jaar, maar diens Spaanse tegenhanger Juan Chrisostomo de Arriaga. Of onze landeigen dichtergrootheid De Génestet, uit de eerste helft van de negentiende eeuw, ook tot die grote hoogten in kwaliteit mag worden gerekend, zou enigszins in twijfel mogen worden getrokken, maar zijn toenmalige populariteit — op basis van de ruime toegankelijkheid van zijn gedichten die enerzijds een gevoelige snaar konden raken en aan de andere kant werden gedragen door het fenomeen humor — is daaraan niet onderhevig.
Zijn Leekedichtjes — 114 in getal — zijn in 1861, zijn sterfjaar, voor het eerst verschenen. Opvallend is dat in de geïllustreerde bibliografie van de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage deze verzameling consequent — en tevens zichtbaar op diverse titelpagina's — als Leekedichtjens, dus met een extra N, wordt gespeld.
Meer daarover op onze zustersite Tempel der Letteren van heden.
In die Leekedichtjes staat een korte bijdrage, nummer 111 met een titel die op specifiek deze site past:

CXI

H U M O R

Een rijke taal vol geest en — ingehouden tranen,
Vol zin — ook zéér geschikt tot leren en vermanen,
Mits maar de vrienden haar verstaan.
Want velen klinkt ze als Grieksch; voor anderen weer — profaan.
__________

Op de Nederlandse cultuursite Tempel der Wijze Woorden kunt u in een bijdrage, eveneens van heden, nog een tiental voorbeelden vinden van Leekedichtje(n)s van deze dominee-dichter.
____________
Afbeeldingen
1. P.A. de Génestet.
2. Voorplat van De Dichtwerken van P.A. de Génestet, in eenuitgave van 1886, Elsevier, Rotterdam (zevende druk). Zie ook de bijdrage op Tempel der Letteren voor een andere band van dezelfde druk uit 1886.
Bijzonderheid hieraan is dat we hier nu een goed voorbeeld hebben van een halflinnen band. Het voorplat zelf is er één van in de tijd passend gemarmerd papier met een waaiermotief. Ten onrechte nemen inmiddels hele volksstammen, inclusief boekhandelaren, aan dat alleen een rug in het materiaal dat wordt benoemd, vldoende is om van halflinnen, halfleer, etc. te spreken, doch dan gaat het om kwartleer, etc.. Pas als de twee direct zichtbare hoekjes van het voor of achterplat eveneens zijn aangepast, mag men spreken van halflinnen of ander materiaal.